Boudewijn Wolthuis

Een tumultueuze binnenwereld

Als een kunstenaar ervoor kiest om op het Groningse platteland te gaan wonen en werken, dan kan dat verschillende dingen betekenen. Het kan zijn dat hij gefascineerd is door het landschap, de kracht van de natuur of de unieke eigenschappen van het eenvoudige plattelandsleven. Hiervan vind ik weinig tot niets terug in het werk van Boudewijn Wolthuis (1949). Het platteland is hooguit decor van een spel waarin het de acteurs zijn die onmiskenbaar de hoofdrol spelen. Kiezen voor een klein Gronings dorpje kan ook te maken hebben met kiezen voor rust, met het kiezen voor een stille buitenwereld omdat een onrustige binnenwereld alle aandacht vraagt. Het zou me niet verbazen als dat motief bij Wolthuis de overhand heeft. Zijn werk loopt haast over van energie.
 

Als de beelden kunnen vallen op elkaar, wat het geval is met zijn tekeningen. Kijkend naar zijn ontwerpen betekent kijken naar een verscheidenheid van vormen en kleuren. De dieren hebben de voorkeur, mythische dieren, denkbeeldige dieren, verwijzend naar dingen die ik weten, maar ze zijn te bijzonder om lief te hebben. Zo nu en dan een duik mensen, vooral vrouwen. Dat geldt ook voor hen. Ze zijn te verschillend om eerlijk te zijn. Het lijkt erop dat de kunstenaar wil dat ik u een fantasiewereld, een wereld die lijkt te ver weg van het dagelijkse leven, dat is zeker meer kleur.

Maar ik zou doen als ik Wolthuis korte beschrijving zou mij beperken tot dit. Het zou gewoon decoratieve ontwerpen, illustraties voor slechts een fantasie verhaal. Het is niet waar. Er zijn te veel elementen die vaak voorkomen, dan kan men alleen maar concluderen dat vereisen speciale aandacht. Voorbeeld hiervan is hoe vaak zijn schilderijen zijn vol ogen. Ze kijken vanuit verschillende invalshoeken en situaties. Staring, doordringend. Dit is geen nieuwsgierigheid in plaats van in de vorm van bedreiging. Bovendien lijkt het erop dat je dwingen om meer ogen te hebben. Dan zie je dat gelukkig dieren kunnen gevaarlijke eigenschappen krijgen. Dan zien we dat de bijzondere betrekkingen tussen de wezens zijn mensen of dieren afgebeeld. Dan schijnbaar onschuldige fantasie wereld vol erotiek, maar ook van wanhoop, hulpeloosheid en het verlangen onvervuld. De winnaar is de module inhoud. Dan is de innerlijke wereld meer dan bezig, een brawler, niet volledig onder controle, is niet een onschuldig, het combineren van kleuren en vormen.

Het merkwaardige is, dat ik me bij dit soort uitspraken gesteund weet door de achterkant van veel tekeningen. Daar staat nog een tekening, alleen lijkt die in vergelijking tot de voorkant niet af. Daarin zit nog aarzeling, twijfel en onzekerheid. Daar wil de vermeende vrolijkheid en kleurigheid nog niet komen. Daar heeft de kunstenaar zijn keuze nog niet gemaakt en laat hij nog alle ruimte aan de kijker. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die onaffe tekeningen soms beter vind. Juist omdat ze mijn fantasie prikkelen, juist omdat ze mijn nieuwsgierigheid opwekken. Er is nog ruimte voor mijn binnenwereld.

Het is niet gemakkelijk het werk van Boudewijn Wolthuis te plaatsen. Het doet me nog het meeste denken aan het vroege werk van CoBrA, ook al is het grote gebaar minder aanwezig. Anderzijds misstaat het niet in de traditie van kunstenaars als Marc Chagall. Het past zeker niet in een Hollandse, calvinistische traditie. Daarvoor gaat het zich teveel te buiten. Dat ik moeite heb om het onder te brengen, wijst erop dat het een hoge mate van eigenheid heeft. Een kwaliteit die niet vanzelfsprekend is.

Rob Perrée, Amsterdam, mei 2007