Boudewijn Wolthuis

Boudewijn Wolthuis
Een gedreven ‘verteller’

De werkelijke belangrijke kunst onttrekt zich aan elke geprefabriceerde visie op de wereld (Anna Tilroe, De Volkskrant 23.4.1993)

Een kunsthistoricus kan zich het volgende afvragen: waarom uitleg geven over datgene wat een kunstenaar reeds op eigen wijze expressief heeft gemaakt? Het antwoord op deze vraag bij het werk van Boudewijn Wolthuis is: zijn kunst is inhoudelijk ondoorgrondelijk. Hijzelf kan en wil geen uitleg geven over het geschilderde theater van zijn leven en dat wat daarachter schuilt. Liever laat hij de toeschouwer de vrijheid om het werk vanuit eigen verbeelding betekenis te geven. Maar dat is niet altijd gemakkelijk. Hij laat er ook geen misverstand over bestaan de pest te hebben aan interviews en ophef rond zijn persoon Hij zegt: “Ik wil best communiceren over mijn werk maar dan krijg ik een rode kop”. Het doel van mijn artikel is om de kunst van Wolthuis voor een groter publiek enigszins toegankelijker te maken.

Boudewijn Wolthuis (geb. 1949) heeft zijn werkzame leven ten dienste gesteld aan zijn artisticiteit. Schilderen is voor hem een combinatie van nadenken en toegeven aan de stroom van emotie. Op unieke wijze creëert hij een imaginaire wereld in kleur, vorm en lijn. Hij benadert de realiteit onconventioneel, met een geheel eigen referentiekader. Hij laat geen traditionele compositieschema’s zien en zijn manier van representeren is wezenlijk anders dan wat de gemiddelde kunstbeschouwer gewend is. Een van zijn grootste kwaliteiten is zijn consequente vasthoudendheid aan de eigen en oorspronkelijke beeldtaal. Deze bestaat uit visuele mededelingen uit zijn binnenwereld. Het zijn ‘beelden’ op het platte vlak die zoals hijzelf zegt: “ergens opgeslagen zitten in mijn geheugen en onblusbaar zijn. Ik weet niet waar ze vandaan komen. Ik heb ze in mijn hoofd en ze moeten eruit”.
afb.1 Boudewijn Wolthuis voor zijn boekenkast

Wolthuis heeft op grond van speciale talenten in de jaren 1974-1979 een opleiding genoten aan Academie Minerva te Groningen. Hij was toen goed bevriend met de toneel- en poppenspeler Jozef van den Berg die hem tot de opleiding aanzette en financieel hielp. De kunstenaar Matthijs Röling was een van zijn leermeesters en zag tijdens de academietijd al dat Wolthuis een natuurtalent was met een zekere Picassiaanse expressie. In een gesprek dat ik met hem had in de zomer van 2010 herinnerde hij zich Wolthuis nog goed en kon hem helder voor de geest halen. Hij oordeelde dat de pregnante beelden van Wolthuis zich niet lieten intomen en dat ze voortkomen uit een sterke innerlijke drijfveer. Röling zegt:”Al mijn technische inzichten en didactische gaven waren niet genoeg om Wolthuis zijn beeldenwereld te beïnvloeden. Ik heb hem niets kunnen leren, hij was een oorspronkelijk en uitzonderlijk kunstenaar”. Zo iemand is Boudewijn Wolthuis, hij werd geen kunstenaar, hij was het al. Sam Drukker, op dit moment Kunstenaar van het Jaar 2011 was als medestudent ook al overtuigd van Wolthuis originele kunstenaarsziel en bewondert hem tot op de dag van vandaag.

Na de Minervatijd stapte Wolthuis direct uit het voor hem te strakke academische keurslijf en volgde zijn eigen artistieke ontwikkeling. Hij betrok een groot atelier in de oude melkfabriek “De Kievit” in Grijpskerk op het Groningse platteland en bouwde heel veel later nog een klein atelier achter zijn huis in het nabij gelegen Sebaldeburen. In die specifieke ruimtes en in het hele woonhuis, met uitzondering van de keuken schildert hij zijn indrukwekkende wereld. In die boordevolle schuilplaatsen, ver van de drukke stad, vindt hij de rust die hij nodig heeft om te werken. Daar schept hij creaties die als een exposé van oermysteriën geen enkele bezoeker onberoerd laten. Die creaties vertegenwoordigen een universum zonder grenzen en lijken mythologisch van aard.

Wolthuis ontleent zijn thema’s aan een oneindige bron gevoelsmatige en actuele feiten. Al wat op zijn weg komt kan een rol spelen, waarbij hij het verbeelden van een persoonlijke ervaring niet schuwt. Niet zelden verbeeldt hij zijn fascinatie voor ‘de vrouw’ en de liefde tussen man en vrouw die hij spannend en complex in beeld brengt. Hij roert onderwerpen aan als naaktheid, spiritualiteit, herinnering, dromen en verlangens. Het zoeken naar de diepere waarheid achter begrippen als liefde, seksualiteit, oorlog en vrede kent unieke patronen die in de loop van zijn carrière repeterend lijken te worden. Hierin zijn figuren van mens en dier de terugkerende motieven. Ze zijn geen nabootsing van de werkelijkheid, maar doen eerder denken aan figuren uit een vreemd of buitenaards bestaan met monsters en fabeldieren. Deze niet realistische en wonderlijke figuren lijken archetypes uit een andere soort realiteit. Ze worden weergegeven in elegante vormen en sierlijke lijnen en vormen met elkaar Wolthuis’ persoonlijke en veelal curieuze beeldtaal.
afb. 2

Wolthuis’ persoonlijke expressieve stijl is niet in verband te brengen met een herkenbare westerse stijl of kunststroming. Hij heeft zich nooit geconformeerd aan een heersende stijl of opvatting en past zich niet aan aan een bestaand smaakpatroon van het publiek.

Naar mijn idee is Wolthuis in artistiek opzicht een ‘Einzelgänger’ met een hoogst originele, persoonlijke beeldtaal, hetgeen je bij hedendaagse kunstenaars maar zelden ziet. Omdat we over het algemeen gewend zijn dat kunstenaars zich enigszins plooien naar de heersende opvattingen over kunst, werkt zo’n geheel eigen beeldtaal naast prikkelend en uitdagend, ook vervreemdend. Niet iedereen kan zich hierin vinden, soms voelt men zich ongemakkelijk. Zijn stijl is ook niet direct in een context te plaatsen en kan nog het meeste in verband gebracht worden met kunstenaars als Corneille en Karel Appel, bij wie vrijheid en speelsheid ook nooit verloren is gegaan. Hijzelf heeft daarnaast veel waardering voor kunstenaars als Balthus, Böcklin en Schiele.
Het omvangrijke oeuvre van Wolthuis toont een grote diversiteit aan genres, schilderijen in olieverf en acryl, tekeningen, linosneden, etsen, collages, fotografie, sculptuur en monumentale wandschilderingen op papier. Ook werkt hij met vergankelijke materialen en met glimmend kleurig cadeau- en snoepjespapier. Hij creëert maskers met een magische uitstraling die gemaakt lijken te zijn voor nog niet gekende rituelen. Deze maskers maakt hij in een repeterende serie die samen een groot wandobject vormen.
De linosneden neigen veelal naar stilering en geometrie en tonen een flirt met abstractie. Sommigen doen denken aan afbeeldingen op Griekse vazen. In deze wonderbaarlijke werken in soepele lijnen legt hij een opvallende voorkeur aan de dag voor de primaire kleuren rood en blauw of zwart-wit. 
 afb. 3 linosnede


Wat zich op afbeelding 4 voordoet is simpelweg een opvallend rode afgesneden vorm van een groteske vrouw, zonder benen en hoofd. Op haar linkerarm draagt ze een gehurkte kleine man. Ze zijn omgeven door een schild van veelvormige gekronkelde lijnen dat enige diepte suggereert. Op de een of andere manier doet een dergelijk beeld mij denken aan de Griekse mythe van Zeus uit wiens hoofd Athena geboren wordt. Maar ook aan de Gorgoon Medusa met haar lange slangenharen uit wiens hoofd, door Perseus afgehakt, de tweelingbroers Chrysor en het gevleugelde Pegasuspaard ontstaan.
 afb. 4 linosnede


Al tekenend en schilderend zoekt Wolthuis naar het voor hem wezen der dingen. Willekeurig aangebrachte lijnen verdwijnen vaak onder nieuwe schilderlagen waardoor een werk gaandeweg talloze keren verandert. Soms blijven figuren en vormen in dit proces steken, hetgeen resulteert in vele onaffe werken
In afbeelding 5 is te zien hoe hij soms een aanslag pleegt op de min of meer realistische vormen en die als het ware laat ontploffen. De regels van het perspectief en de anatomie zijn weg. Hij laat de figuren zweven in een onbestemde ruimte vol van kleur en vorm. Ieder werk afzonderlijk krijgt een uitgebalanceerde compositie en roept een eigen sfeer op. Het is een soort niemandsland bevolkt door gefantaseerde mensentypen en dieren die heftig met elkaar in beweging zijn. Hij zoomt daarop in en omgeeft ze met decoratieve motieven en bewegingspatronen als fraaie zich repeterende cirkelvormen, sterren, strepen en stippen. Deze ingenieus gebuikte vormen en tekens brengen de beeldende tradities van oude beschavingen als de Maori’s en Inca’s in gedachte. 
 afb. 5

De rangschikking van lijnen, vormen en kleuren in het werk van Wolthuis roepen net als in het werk van deze oude volkeren een betekenis op, het zijn de oncontroleerbare dragers ervan.. Ze kunnen de toeschouwer stimuleren na te denken. Bij dergelijke explosieve beelden als afbeelding 5, waar verschillende figuren worden samen gesmolten tot een klontering met een irreële sfeer, moeten de ogen soms wennen aan de veelheid van vormen en overdadige lijnen in felle kleuren. Deze spontaan ontstane voorstellingen hebben iets van een bezwering, van gedachten die tot een beeldconcept leiden dat onlogisch en chaotisch is en een sterke emotie kan oproepen. Soms zijn ze ‘not easy to look at and easy to live with’.

In de zomer van 2009 maakte Wolthuis in een vlaag van ongekende werkdrift in twee maand tijd 500 tekeningen. Uit de losse pols op A4 formaat ontstond een reeks van lijntekeningen met figuren als een soort dagboekaantekeningen. In esthetische heldere vormen zijn de figuren verzonken in het wit van de papieren achtergrond (afb 6). Hierin worden de lijnen door een gekleurde hartvorm tot een verbindende eenheid gebracht.
afb. 7
afb. 8

De 500 tekeningen zijn alle verschillend, als het ware parallel aan zijn wisselende stemmingen. De één ondoorgrondelijk en verwarrend, de ander helder en duidelijk. De verbluffende serie toont de zoektocht naar elegante eenvoud en laten de integriteit van de kunstenaar op een bijzondere manier zien. Ze geven een mooi beeld van zijn oprechte enthousiasme, werkdrift en tekentalent. Het zijn als het ware moderne ‘verluchtigingen’ van zijn ziel.
afb.9

Een eenduidige opvatting over Wolthuis’ persoonlijke beeldenwereld heb ik niet. Zijn werk interpreteren wordt eigenlijk een soort fantaseren. Ik volg zijn werk al meer dan 25 jaar en blijf nog steeds geboeid en onder de indruk van die onuitputtelijke bron van creativiteit. Om zijn kunst te begrijpen moet ik mijn eigen hoofd leegmaken om de beelden op me af te laten komen. Ze dwingen me anders te kijken. Daarbij voelt het als een bespieden omdat ik besef dat hij in zijn werk elke vezel van zijn wezen blootlegt en daardoor zo kwetsbaar is. Het zijn vingerafdrukken van een diepe gevoelige ziel. Ieder beeld dat ik zie brengt mij dichter bij de kunstenaar, maar ook bij zijn isolement dat door het werk wordt opgeheven en tegelijkertijd in stand wordt gehouden.

Als kunsthistoricus zou ik misschien moeten weten wat voor gewicht men aan zijn werk moet toekennen en wat zijn regionale of landelijke bekendheid is. Zoals eerder gezegd weet ik dat hij niet tot een stroming of de culturele bastions van de Nederlandse kunst kan worden gerekend. Zijn werk komt niet overeen met de tegenwoordige kunstideologische opvattingen en blijft daardoor onterecht onzichtbaar.
afb. 10

Wolthuis heeft vele jaren meegedaan aan solo- en groepstentoonstellingen en aan kunstmanifestaties en –beurzen in Nederland, Duitsland en Hongarije. Ondanks loftuitingen in recensies in kranten en tijdschriften heeft dat nooit geleid tot een doorbraak of landelijke naamsbekendheid. Dat is onterecht, zijn werk is zeker de moeite waard om nader aanschouwd en vooral beschouwd te worden. Het is de hoogste tijd dat de spannende kanten van zijn kunst door een groter publiek wordt opgemerkt. Een ieder die het werk van deze diepzinnige kunstenaarswereld bekijkt, kan worden geconfronteerd en verleid tot een zoektocht naar het mysterie der dingen. Ik ben begonnen met een vraag en wil met één beëindigen: Hoe kwetsbaar is een mens die zich beweegt in zo’n gevoelige wereld te midden van het hedendaags materialisme? En tenslotte besluiten met een citaat van Max Beckmann uit 1947: Er is geen recept voor kunst. De mate van intensiteit van de kijker is het doorslaggevende. Wil je het onzichtbare leren kennen, geef je dan met heel je hart aan het zichtbare


Omarm Boudewijn Wolthuis, zulke kunstenaars zijn zeldzaam.
afb. 11 Peddelmannetjes

 

Greet G. Hamming, kunsthistoricus Groningen, april 2011